Joris Wijsmuller neemt u mee in de wereld van dit krakersbolwerk tijdens een kleurrijke lezing van een evenzo kleurrijke geschiedenis.
De lezing vond plaats in Studio B in de Centrale Bibliotheek in Den Haag op 17 februari 2022.
Wat nu vanzelfsprekend lijkt: muziek van Mahler op het programma van een concert, was dat kort na 1900 niet. De muziek was nieuw en het publiek moest er echt voor gewonnen worden. Die taak nam Mengelberg met verve op zich. Hoe lastig dat was en hoe dat liep komt in het gesprek uitvoerig aan bod.
Frits Zwart is musicoloog en biograaf van Willem Mengelberg. In 2016 verscheen het tweede deel van de biografie over Mengelberg en in 2019 verscheen van beide delen een Engelse vertaling. Een Duitse vertaling is in voorbereiding. Zwart was tot 1 januari 2021 directeur van het Nederlands Muziek Instituut. In 2016 werd de collectie van het NMI opgenomen in de collectie van het Haags Gemeentearchief. De cultuurbezuinigingen van het kabinet Rutte 1 maakte een eind aan de zelfstandige positie van het NMI.
Dit interview werd op 20 oktober 2021 opgenomen in Studio B van de Haagse Centrale Bibliotheek.
Het was de laatste grote koloniale oorlog in Indonesië, dat al in 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Over de verwachtingen, ervaringen en herinneringen aan deze oorlog en de terugkeer in Nederland publiceerde Gert Oostindie Soldaat in Indonesië, 1945-1950; Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis (2015, zesde druk 2018). In deze lezing vertelt hij over zijn boek en gaat hij in op een aantal Haagse connecties.
De lezing vond plaats in Studio B van de Centrale Bibliotheek aan het Spui in Den Haag.
De laatste grote koloniale oorlog
Het was de laatste grote koloniale oorlog in Indonesië, dat al in 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Over de verwachtingen, ervaringen en herinneringen aan deze oorlog en de terugkeer in Nederland publiceerde Gert Oostindie Soldaat in Indonesië, 1945-1950; Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis (2015, zesde druk 2018). In deze lezing vertelt hij over zijn boek en gaat hij in op een aantal Haagse connecties.
Gert Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW) en hoogleraar Koloniale en postkoloniale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde zo’n dertig boeken over de Caribische geschiedenis en de koloniale en postkoloniale geschiedenis van Nederland. Hij geeft thans leiding aan een onderzoek naar de koloniale en slavernijgeschiedenis van de gemeente Rotterdam en werkt mee aan een groot onderzoek naar de oorlog in Indonesië, 1945-1949, gefinanicerd door de rijksoverheid en uitgevoerd door het KITLV, het Haagse Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het NIOD.
Opgenomen op 13 oktober 2021 in de Centrale Bibliotheek van Den Haag.




De vliegtuigen wierpen vierenvijftig bommen af die vooral naast het doel terechtkwamen. Op het W.S.M.-emplacement vielen vijf bommen die vijftig meter rails vernielden. In de naastgelegen woongebieden werden twee huizen – Burgemeester Hovylaan 83 en Quarlesstraat 1 – totaal verwoest en twee – Viandenstraat 17 en 19 – zwaar beschadigd. De meeste bommen vielen in tuinen langs de Houtweg. Op het naast het W.S.M.-complex gelegen terrein van de Loosduinse Groenteveiling werden vier pakhuizen totaal vernield. Daar vielen de meeste van de slachtoffers. Bij dit bombardement vielen zes doden, zeven zwaar- en zes lichtgewonden.
Dorothée is in 1928 in Antwerpen geboren in een zeer liefdevol gezin. Omdat haar ouders niet religieus zijn beseft Dorothée tijdens haar jeugd nauwelijks dat ze Joods is. Haar vader, uit een Haagse juweliersfamilie, vlucht in 1942 naar Zwitserland. In hetzelfde jaar vlucht ook zij en haar moeder met behulp van een mensensmokkelaar via Frankrijk naar Zwitserland. Zij bezoekt in Genève als vluchteling een elitaire Nederlandse school. In augustus 1945 keert de familie terug naar Den Haag.
Het huis in Antwerpen blijkt gebombardeerd te zijn. De meeste andere familieleden hebben de oorlog niet overleefd en zijn in de vernietigingskampen vermoord. Negen leden van de familie waren ondergedoken te Leiden. Zij overleefden de oorlog wel. Daardoor kon de familie hun juwelierszaak Dreese aan de Korte Poten 32 te Den Haag wonderwel continueren! Dorothée maakt in Nederland haar HBS-opleiding af.
"Ik wil wel overbrengen, dat oorlog gruwelijk is en voorkomen moet worden." Jongeren zouden in de ogen van Dorothée stil moeten staan bij het feit, dat ze in vrede leven en niet worden vervolgd. Daarom is het goed dat ze kennisnemen van de oorlogsgeschiedenis.
Kees Zijderveld werd in 1934 te Den Haag geboren in een gezin van zes, tegelijk met zijn nog levende tweelingzus. De herinneringen aan de oorlog staan in zijn geheugen gegrift.
In 1940 kwam Kees als zes-jarig jongetje uit school. Hij liep naar de Laan van Poot in de Vogelwijk, waar het gezin woonde. Vader was docent Latijn & Grieks. Onderweg kwam hij een peloton marcherende en zingende Duitsers tegen. Zij wenkten hem om mee te lopen en lokten Kees met chocola. Kees zong weldra mee uit volle borst: “Auf der Heide blüht ein kleines Blümelein”. Thuisgekomen vertelde hij z’n avontuur maar kreeg enorm ‘op zijn donder’ door zijn zeer anti-Duitse vader.
In 1943 ontvangen zijn ouders een ontruimingsbevel van de burgermeester dat hun woning in opdracht van de Duitsers moet worden afgebroken i.v.m. de aanleg van de Atlantikwal. De familie kreeg vervolgens een woning aangeboden in de Stephensonstraat in het Regentessekwartier.
Door de spoorwegstaking in september 1944 kwamen er grote voedseltekorten, zo ook in het gezin van Kees. De situatie werd steeds nijpender. Voedselbonnen en de gaarkeuken waren niet langer toereikend. Kees sprokkelde hout in het Scheveningse Bos. Zijn vader schreef aangrijpende brieven om aandacht te vragen voor de honger in zijn gezin.
Hij had het enorm naar zijn zin in Rozenburg. Kees kreeg als bijnaam ‘professor zeemleer’ omdat hij voor Rozenburgse begrippen bekakt Haagse sprak en een geel fluwelen broek droeg, gemaakt door zijn moeder van velours gordijnstof.
De oorlogservaringen staan Kees nog zeer helder voor de geest en vormen een rode draad door zijn leven.
Theo Berg (86) is in Deventer geboren. Het Joodse gezin verhuist korte tijd later naar de Eiklaan 9 te Rijswijk. Dat huis staat er nog altijd. Tijdens een razzia, waarvoor ze worden gewaarschuwd door de buren, vlucht de familie naar boven via de dakgoot naar het naburige balkon. Ze ontkomen, ongezien aan de Duitse soldaten. Een opa, oom en tante worden opgepakt en overleven de oorlog niet. Het gezin duikt gedurende tweeënhalf jaar onder in Voorschoten bij een vissersvrouw - tante Trijn - met vier kinderen. Haar man is tijdens de oorlog op zee en vaart door naar Engeland. Over de tijd met ‘tante Trijn‘ vertelt Theo uitgebreid en ook wat het met je doet als kind als je steeds moet onderduiken. De Bevrijdingsdag was voor Theo dan ook onvergetelijk. Sindsdien heeft hij een ontembare vrijheidsdrang. Theo woont ook in opperste vrijheid in zijn vrijstaande huis uit 1935 aan de Maas. Na de bevrijding keert het gezin terug naar hun huis in Rijswijk, waar NSB'ers gedurende de oorlogsperiode bezit van hadden genomen.
Honderdjarig jubileum Mahlerfeest
In mei 2020 was te Amsterdam het derde Mahlerfestival gepland als eerbetoon aan de beroemde componist en zijn destijds belangrijkste proponent, de dirigent Willem Mengelberg. Verschillende orkesten en dirigenten zouden naar Nederland afreizen om in minder dan 14 dagen het gehele symfonische oeuvre van Gustav Mahler ten gehore te brengen. Helaas werd het feest afgelast vanwege de coronamaatregelen. Honderd jaar daarvoor vond het allereerste Mahlerfestival plaats in onze hoofdstad, destijds ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van toenmalig dirigent Willem Mengelberg van het Concertgebouworkest.
Gustav Mahler
De Oostenrijkse componist Gustav Mahler gold als een van de grootste componisten van zijn tijd. Zijn doorbraak heeft hij voor een belangrijk deel te danken aan Willem Mengelberg, door wie hij in 1903, 1904, 1906 en 1909 werd uitgenodigd om het Amsterdamse Concertgebouworkest te dirigeren bij de uitvoering van zijn werk. Liepen de concertgangers aanvankelijk nog de concertzaal uit vanwege Mahlers ‘nieuwlichterij’, het Mahlerfeest van 1920 was een eclatant succes!
Bij deze uitvoeringen maakte Mengelberg aantekeningen op de partituren die het Nederlands Muziek Instituut (NMI) vandaag de dag nog altijd bewaard in haar archieven en een dankbare bron vormt voor internationale muziekstudenten en beroemde dirigenten als Ricardo Chailly. Het NMI is onderdeel van het Haags Gemeentearchief en kunt u vinden op: http://www.nederlandsmuziekinstituut.nl
Van hogepriester tot gevallen engel
Joseph Willem Mengelberg was de populairste Nederlander in jaren 20 met de status van een superster als Madonna. Er ontstond een ware persoonlijkheidscultus die zijn hoogtepunt vond in het gedenkboek met daarin een lofzang op het genie Mengelberg door meer dan tweehonderd internationale prominenten. Hij was de hogepriester van de kunst, totdat hij van zijn voetstuk viel.


Jurriaan Wouters is initiatiefnemer van het project dat in 2021 is gestart. Hij wil een gedenkbordje voor alle mensen afkomstig uit het Bezuidenhout die door oorlogsgeweld sinds 1940 zijn omgekomen.
Den Haag kent een jaren lange traditie als het gaat om de kerstbomenjacht en het organiseren van vreugdevuren rondom de jaarwisseling. De eerste kerstbomen werden verbrand vanaf de jaren '50. In de jaren '80 gingen niet alleen kerstbomen op het vuur, maar ook autobanden, matrassen, meubilair en alles wat maar los en vast zat in de wijk. Er ontstond een heuse strijd tussen de Haagse wijken onderling. Al ver voor kerst begon men al met het verzamelen van de kerstbomen. Deze werden opgeslagen in schuurtjes, kelders en achtertuinen. Het was een sport om elkaars kerstbomen te stelen.
Begin jaren '90 begon de gemeente met georganiseerde vreugdevuren waarvoor zandplaten op de kruisingen werden gestort en de brandstapels niet meer dan kerstbomen en pallets mochten bevatten. Ook de omvang werd gecontroleerd door aanwezige wijkagenten. 10 jaar later werd de weg ingeslagen om de traditie af te bouwen en jaarlijks vreugdevuren die uit de hand liepen het jaar erop definitief te verbieden. Tegenwoordig kent Den Haag nog maar 2 vreugdevuren (Duindorp en Scheveningen) en is de jacht en het 'rausen' voorgoed geschiedenis.
Documentairemaakster Anita Janssen: “Ik groeide op in de Schilderswijk en in de dagen tussen kerst en oud en nieuw begonnen de jongens uit de buurt kerstbomen te rausen. Gewapend met stokken en fietskettingen gingen ze bloedserieus andere wijken te lijf om zoveel mogelijk kerstbomen, autobanden en oude meuk te verzamelen. Op Oudjaarsavond zorgde dat voor enorme vuren op iedere hoek van de straat.”
Het beeldmateriaal in deze documentaire is afkomstig van particulieren, Lokatel en het You Tube kanaal Haagse kerstbomenjacht. Geïnterviewden:
- Patrick Rijkers, duivenmelker
- Ben Tichem, wijkbeheerder en woningbouwvereniging
- Danny Steen, chauffeur
- Pierre Heijnen, oud-wethouder sociale zaken
- Bep van Zanten, verpleegkundige
- Guus Vink, productbeheerder overheid
- Rachid Kadrouch, theater De Vaillant
- Ruub Petow, voormalig bureauchef politie
- Paul van den Houdt, cv onderhoudsmonteur
- Jos van Leeuwen, fotograaf sinds 1965
- John Martienus, grafisch medewerker
- Jeanette Oude-Nijhuis, gepensioneerd
Rechten: Omroep West

Op die dag is de boom omgewaaid. Zaailingen van de boom worden nu overal op de wereld geplant. De Anne Frank Stichting had met toestemming van de eigenaar kastanjes laten rapen, opkweken en verspreiden. Onder andere in de gemeentekwekerij van Den Haag. Hierdoor kunnen inmiddels grote bomen geplant worden. In Den Haag zijn bomen geplant bij de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente in Den Haag, de Anne Frankschool aan de Beresteinlaan 267, de stadsboerderij Landzigt in Leidschenveen, bij de Nutsschool aan de Laan van Poot in Den Haag en in 2020 bij het Vredespaleis.
De verspreiding van de stekken van de Anne Frankboom is een initiatief van de Anne Frank Stichting.
Rubbingh was betrokken bij het rapen en stekken van de nakomelingen van de oorspronkelijke witte paardenkastanje in Amsterdam.
In samenwerking met documentairemaker Bart Grimbergen presenteert het Haags Gemeentearchief een serie korte films, waarin opvallend historisch Haags filmmateriaal tot leven wordt gebracht. Ooggetuigen vertellen hun persoonlijke verhaal, waarmee ze de historische filmbeelden kleur geven.
De 'Ik was erbij serie' maakt gebruik van de eigen film- en videocollectie van het Haags Gemeentearchief.
Ook in de jaren zestig was Madurodam al populair bij toeristen. We gaan terug met Barbara Oostdam, die in die tijd als een van de weinig vrouwen in het groen werkte, waarvan 2,5 jaar bij Madurodam, haar droombaan. Het was een sport om al die boompjes en plantjes te snoeien en klein te houden. Barbara's verhaal is er een over poppetjes schoonmaken en bijschilderen. Over buiten zijn tussen de mensen, maar ook soms de hele dag hetzelfde deuntje. Een verhaal over een heerlijke tijd.
De 'Ik was erbij serie' maakt gebruik van de eigen film- en videocollectie van het Haags Gemeentearchief.
In samenwerking met documentairemaker Bart Grimbergen presenteren we de komende maanden een serie van 12 korte films, waarin opvallend historisch Haags filmmateriaal tot leven wordt gebracht.
Ooggetuigen vertellen hun persoonlijke verhaal, waarmee ze de historische filmbeelden kleur geven.


We gaan terug naar het midden van de jaren zestig, toen Joop Ridder werkte in het filiaal in de Weimarstraat. Als oudste zoon moet hij zijn alleenstaande moeder helpen, om de Hus winkel te runnen.
Herinneringen aan ontbijtkoek, gebak, regeringsbrood van 52 cent tot luxe broden van Tiptop en King Corn. En bovenal aan er samen voor gaan.
De serie maakt gebruik van de eigen film- en video collectie van het Haags Gemeentearchief.
In samenwerking met documentairemaker Bart Grimbergen presenteren we de komende maanden een serie van 12 korte films, waarin opvallend historisch Haags filmmateriaal tot leven wordt gebracht.
Ooggetuigen vertellen hun persoonlijke verhaal, waarmee ze de historische filmbeelden kleur geven.
Met fotograaf Ronald Speijer gaan we terug naar die tijd. Ronald is opgegroeid op Scheveningen en ziet als kind hoe de pier gebouwd wordt. De horeca zaak van zijn ouders op het strand moest er voor verhuizen. Het maakt grote indruk op hem.
Een verhaal over een rappe en imponerende bouw, themaweken met Anton Geesink, het Flintstones eiland, over attracties en flaneren over de Pier én over kroketten van vijftig cent uit een echte automatiek. Kortom, over heel veel belevenissen op dat kleine gebied boven het water.
De serie maakt gebruik van de eigen film- en video collectie van het Haags Gemeentearchief.
In samenwerking met documentairemaker Bart Grimbergen presenteren we de komende maanden een serie van 12 korte films, waarin opvallend historisch Haags filmmateriaal tot leven wordt gebracht.
Ooggetuigen vertellen hun persoonlijke verhaal, waarmee ze de historische filmbeelden kleur geven.
Hoogtepunt van woonhuisarchitectuur
Tijdens de vroege bloeiperiode van de bouwstijl van de Nieuwe Haagse School - kort na de Eerste Wereldoorlog - werd in Den Haag een nieuw type woongebouw geïntroduceerd.
Architectuurhistoricus Marcel Teunissen, architectuurhistoricus, gepassioneerd spreker en schrijver van het boek "100 jaar Nieuwe Haagse School', gaat in op het grote succes van het zogenaamde woonhotel.
Bekende en minder bekende gebouwen, waaronder Huize Boschzicht (1920), Wilshout (1926), Arendsburg (1926), Zorgvliet (1927), de Hogenhout (1930), de Willemsparkflat (1931), Duinwijck (1932) en parkflat Marlot (1934). Deze mogen worden gerekend tot de hoogtepunten van de woonhuisarchitectuur van het Haagse interbellum.
Wonen in weelde
De behoefte aan wooncomfort was groot en een aanzienlijk deel van de elite wilde in de periferie van de binnenstad wonen.
Het door internationale voorbeelden geïnspireerde woonhotel vormde namelijk het stedelijk alternatief voor het wonen in een villa.
Het betrof een soort, vaak op ideologische grondslag gebouwde serviceflat, waarin bewoners gebruik konden maken van tal van individuele en collectieve voorzieningen.
Te denken valt aan een restaurant, een bibliotheek, een wijn- en bierkelder, een biljartkamer, boodschappen- en spijsliftjes, vuilstortkokers en aparte logeervertrekken. Tevens werden de nieuwste bouwtechnische inzichten toegepast en werden de appartementen voorzien van allerlei nieuwe gemakken. De huren waren fors, maar daar kreeg de bewoner wel wat voor terug.
Zij laat zien hoe Den Haag zich eind jaren dertig voorbereidt op de gevaren die de stad vanuit de lucht kunnen treffen. Er worden schuilkelders gebouwd, geoefend met gasmaskers en verduistering van ramen, er komt luchtafweergeschut, extra brandpreventie en er wordt een luchtbeschermingsdienst opgericht.
In de oorlog wordt Den Haag opgeschrikt door verschillende bombardementen, enerzijds de luchtaanvallen van de Nazi’s en het afschieten inclusief het vroegtijdig neerstorten van de V-2 raketten en anderzijds de geallieerde noodworpen of slecht uitgevoerde bombardementen.
De schade, angst en leed onder de bevolking is aanzienlijk. Aan het eind van de oorlog brengen de vliegtuigen toch nog iets moois: voedselpakketten.
Van deze lezing is door Bob Coret van de Werkgroep Den Haag in de Tweede Wereldoorlog deze videoregistratie gemaakt.
Mijn Studiezaal (inloggen)
Auteursrechtelijk beschermd
Auteursrechtelijke bescherming niet bepaald
Toon op kaart
Creative Commons (CC BY 4.0)