






Deze lezing vond plaats op woensdag 12 oktober 2022 bij Podium B van de Centrale Bibliotheek Den Haag.
De beeldend kunstenaar Frans de Leef - bekend van o.a. Haagse stadsgezichten - is werkend lid van Pulchri Studio en mocht, na zitting te hebben gehad in meerdere commissies, van 2015 t/m 2019 als bestuursvoorzitter leiding geven aan dit Schilderkundig Genootschap. Voorts is en was hij, meestal op de achtergrond, betrokken bij de vele culturele initiatieven en organisaties die onze stad rijk is.
Deze lezing vond plaats op woensdag 18 mei 2022 in Studio B van de Centrale Bibliotheek Den Haag.
Deze lezing vond plaats op dinsdag 17 mei 2022 van 19.30 tot 21.30 uur in de Centrale Bibliotheek, studio B.
Haags slavernijverleden
Hoewel de Haagse belangen in de slavernij veel minder direct waren dan die van Amsterdam en Rotterdam, was Den Haag was als zetel van de regering en het hof sterk betrokken bij, en medeverantwoordelijk voor het koloniale- en slavernijverleden. Hier was bijvoorbeeld het Ministerie van Koloniën gevestigd. Maar ook in de hofstad is aan de slavernij verdiend, getuige de vele monumentale panden die zijn betaald uit koloniale gewin. Het bekenste voorbeeld daarvan is het Mauritshuis.
Ontheemd en verstoken van familie
In de koloniale periode gebeurde het dat jonge kinderen uit Afrika meegenomen werden naar Nederland. Hier kwamen zij in de huishoudens van de gegoede klasse terecht, die op die manier liet zien tot hoe ver in de wereld hun macht reikte. Voor de wet gezien waren deze kinderen hier vrij. Maar hoe zag hun leven er uit, in die periode? Een kritische blik op de collectie van het Rijksmuseum leidde tot een ongemakkelijke nieuwe dimensie aan wat wij weten over deze vroege Afro-Nederlanders. En bracht ons bij het verhaal van Paulus, een jonge man in Den Haag.
Lezing over het Haagse slavernijverleden gehouden in Studio B van de Centrale Bibliotheek Den Haag, 12 mei 2022
Dr. Valika Smeulders is hoofd van de afdeling Geschiedenis van het Rijksmuseum. Als onderzoeker en curator specialiseerde zij zich in het koloniale verleden, musea en representatie. Zij was lid van de Commissie Koloniale Collecties en het UNESCO Memory of the World Comité. In 2019 hield zij de Rudolf van Lier-lezing en ontving ze de Black Achievement Award in de categorie Onderwijs en Wetenschap.
Anton de Kom (1898-1945) was een Surinaams strijder tegen onderdrukking en onrecht en moedig verzetsman te Den Haag die bij het grote publiek veel te weinig bekend is. In 1934 publiceerde hij zijn Wij slaven van Suriname dat een aanklacht inhield tegen het Nederlands kolonialisme in Suriname. Hij schreef over de onderdrukking tijdens het kolonialisme en zijn bijdrage, belangrijk voor de bewustwording onder de Surinaamse Nederlanders, werd om die reden meer dan vijftig jaar verzwegen. Aangekomen in Nederland sloot hij zich aan bij het verzet en schreef onder meer voor verzetsbladen totdat hij werd gedeporteerd. Hij overleed in 1945 in een Duits concentratiekamp.
De koloniale geschiedenis zou hem doodzwijgen en hem aanduiden als een oproerkraaier. Ruim vijftig jaren later volgde zijn herwaardering en rehabilitatie. In 2020 werd De Kom opgenomen in de herziene geschiedeniscanon van Nederland.
In deze lezing wordt ingegaan op zijn rol als antikoloniale strijder, strijd tegen de Duitse bezetting van Nederland alsmede de herwaardering van zijn persoon en de lange weg van zijn rehabilitatie.
De lezing vond plaats op woensdag 20 april 2022 van 12.30 tot ca. 13.15 uur in Studio B, eerste etage Centrale Bibliotheek, Spui 68 te Den Haag.
Joris Wijsmuller neemt u mee in de wereld van dit krakersbolwerk tijdens een kleurrijke lezing van een evenzo kleurrijke geschiedenis.
De lezing vond plaats in Studio B in de Centrale Bibliotheek in Den Haag op 17 februari 2022.
Het was de laatste grote koloniale oorlog in Indonesië, dat al in 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Over de verwachtingen, ervaringen en herinneringen aan deze oorlog en de terugkeer in Nederland publiceerde Gert Oostindie Soldaat in Indonesië, 1945-1950; Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis (2015, zesde druk 2018). In deze lezing vertelt hij over zijn boek en gaat hij in op een aantal Haagse connecties.
De lezing vond plaats in Studio B van de Centrale Bibliotheek aan het Spui in Den Haag.
Wat nu vanzelfsprekend lijkt: muziek van Mahler op het programma van een concert, was dat kort na 1900 niet. De muziek was nieuw en het publiek moest er echt voor gewonnen worden. Die taak nam Mengelberg met verve op zich. Hoe lastig dat was en hoe dat liep komt in het gesprek uitvoerig aan bod.
Frits Zwart is musicoloog en biograaf van Willem Mengelberg. In 2016 verscheen het tweede deel van de biografie over Mengelberg en in 2019 verscheen van beide delen een Engelse vertaling. Een Duitse vertaling is in voorbereiding. Zwart was tot 1 januari 2021 directeur van het Nederlands Muziek Instituut. In 2016 werd de collectie van het NMI opgenomen in de collectie van het Haags Gemeentearchief. De cultuurbezuinigingen van het kabinet Rutte 1 maakte een eind aan de zelfstandige positie van het NMI.
Dit interview werd op 20 oktober 2021 opgenomen in Studio B van de Haagse Centrale Bibliotheek.
De laatste grote koloniale oorlog
Het was de laatste grote koloniale oorlog in Indonesië, dat al in 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen. Over de verwachtingen, ervaringen en herinneringen aan deze oorlog en de terugkeer in Nederland publiceerde Gert Oostindie Soldaat in Indonesië, 1945-1950; Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis (2015, zesde druk 2018). In deze lezing vertelt hij over zijn boek en gaat hij in op een aantal Haagse connecties.
Gert Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV-KNAW) en hoogleraar Koloniale en postkoloniale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde zo’n dertig boeken over de Caribische geschiedenis en de koloniale en postkoloniale geschiedenis van Nederland. Hij geeft thans leiding aan een onderzoek naar de koloniale en slavernijgeschiedenis van de gemeente Rotterdam en werkt mee aan een groot onderzoek naar de oorlog in Indonesië, 1945-1949, gefinanicerd door de rijksoverheid en uitgevoerd door het KITLV, het Haagse Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het NIOD.
Opgenomen op 13 oktober 2021 in de Centrale Bibliotheek van Den Haag.
Vanaf het begin van de twintigste eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog was de joodse gemeenschap uitgegroeid tot 17.000 personen. Zij vestigden zich niet langer voornamelijk in de jodenbuurt, het tegenwoordige Chinatown, maar ook in de rest van de stad, waaronder Scheveningen. Aan de Carpentierstraat en Harstenhoekweg verrezen synagoges. Intussen namen argwaan en vooroordelen tegen deze Hagenaars onder de locale bevolking toe.
De bij haar leven zeer populaire Haags-Joodse schrijfster Cornélie Noordwal (1869-1928) zette zich in haar ten onrechte vergeten romans Ursule Hagen (1900) en Greet Hemming (1912) onder meer af tegen het indertijd bij delen van de Haagse bevolking heersende anti-joodse sentiment. In deze lezing zal het gaan over de manier waarop de schrijfster dit tot uiting brengt, tegen de achtergrond van het antisemitisme in de tijd van onder meer de Dreyfusaffaire en de pogroms in Oost-Europa.
Wim Tigges is oud-universitair-docent en gastonderzoeker Moderne Letterkunde bij het Leidse Onderzoeks Instituut LUCAS (Leiden University Centre for the Arts in Society). Sinds 2004 verzorgt hij ook cursussen Engelstalige letterkunde voor de Stichting Hoger Onderwijs voor Ouderen (HOVO) in Leiden, alsmede lezingen en workshops over diverse literaire onderwerpen.
Deze lezing vond plaats op woensdag 27 mei 2020 van 12.30 tot 13.15 uur, Studio B op de 1e etage van de Centrale Bibliotheek aan het Spui.
Honderdjarig jubileum Mahlerfeest
In mei 2020 was te Amsterdam het derde Mahlerfestival gepland als eerbetoon aan de beroemde componist en zijn destijds belangrijkste proponent, de dirigent Willem Mengelberg. Verschillende orkesten en dirigenten zouden naar Nederland afreizen om in minder dan 14 dagen het gehele symfonische oeuvre van Gustav Mahler ten gehore te brengen. Helaas werd het feest afgelast vanwege de coronamaatregelen. Honderd jaar daarvoor vond het allereerste Mahlerfestival plaats in onze hoofdstad, destijds ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van toenmalig dirigent Willem Mengelberg van het Concertgebouworkest.
Gustav Mahler
De Oostenrijkse componist Gustav Mahler gold als een van de grootste componisten van zijn tijd. Zijn doorbraak heeft hij voor een belangrijk deel te danken aan Willem Mengelberg, door wie hij in 1903, 1904, 1906 en 1909 werd uitgenodigd om het Amsterdamse Concertgebouworkest te dirigeren bij de uitvoering van zijn werk. Liepen de concertgangers aanvankelijk nog de concertzaal uit vanwege Mahlers ‘nieuwlichterij’, het Mahlerfeest van 1920 was een eclatant succes!
Bij deze uitvoeringen maakte Mengelberg aantekeningen op de partituren die het Nederlands Muziek Instituut (NMI) vandaag de dag nog altijd bewaard in haar archieven en een dankbare bron vormt voor internationale muziekstudenten en beroemde dirigenten als Ricardo Chailly. Het NMI is onderdeel van het Haags Gemeentearchief en kunt u vinden op: http://www.nederlandsmuziekinstituut.nl
Van hogepriester tot gevallen engel
Joseph Willem Mengelberg was de populairste Nederlander in jaren 20 met de status van een superster als Madonna. Er ontstond een ware persoonlijkheidscultus die zijn hoogtepunt vond in het gedenkboek met daarin een lofzang op het genie Mengelberg door meer dan tweehonderd internationale prominenten. Hij was de hogepriester van de kunst, totdat hij van zijn voetstuk viel.
Eleonore Pameijer vertelt over de Leo Smit Stichting, een stichting die zich al 25 jaar inzet om het vergeten muzikale erfgoed weer terug te geven aan het publiek. Zij verhaalt over de meest spectaculaire vondsten van de afgelopen jaren: originele handgeschreven partituren op een zolder, bij de vuilnisbak of in een tuinschuurtje. Een bijzondere reddingsoperatie.
Deze partituren worden nu bewaard in het Nederlands Muziek Instituut, onderdeel van het Haags Gemeentearchief.
Eleonore Pameijer is een internationaal bekende Nederlandse fluitiste. Met haar warme klank, rotsvaste techniek en grote muzikaliteit weet zij het publiek te boeien. Vijfentwintig jaar geleden richtte zij de Leo Smit Stichting op. Deze stichting brengt muziek van tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolgde componisten weer onder de aandacht van het publiek.
Tobias Borsboom is een van de bekendste jonge pianisten van dit moment. Hij onderscheidt zich door zijn fijnzinnige en poëtische interpretaties. Als winnaar van de Classical Talent Award trad hij op in alle belangrijke concertzalen van Nederland. Tobias staat ook bekend als creatieve programmeur van ongebruikelijke concertprogramma’s.
Eleonore Pameijer-fluit & Tobias Borsboom-piano
Dick Kattenburg (1919-1944)—Twee delen uit de Fluitsonate 1937 (fluit en piano) Intermezzo-andante quasi lento, Fughetta-allegro vivo
Leo Smit (1900-1943)—Lento uit de Fluitsonate 1943 (fluit en piano)
Leo Smit (1900-1943)—Suite 1926 (pianosolo)
Marius Flothuis (1914-2001)—Aubade 1944 (fluitsolo)
Rosy Wertheim (18881949)—Trois Morceaux 1939 (fluit en piano) Cortège des marionettes, Pastorale, Capriccio
Dick Kattenburg (1919-1944)—Pièce 1939 (fluit en piano)
Hoogtepunt van woonhuisarchitectuur
Tijdens de vroege bloeiperiode van de bouwstijl van de Nieuwe Haagse School - kort na de Eerste Wereldoorlog - werd in Den Haag een nieuw type woongebouw geïntroduceerd.
Architectuurhistoricus Marcel Teunissen, architectuurhistoricus, gepassioneerd spreker en schrijver van het boek "100 jaar Nieuwe Haagse School', gaat in op het grote succes van het zogenaamde woonhotel.
Bekende en minder bekende gebouwen, waaronder Huize Boschzicht (1920), Wilshout (1926), Arendsburg (1926), Zorgvliet (1927), de Hogenhout (1930), de Willemsparkflat (1931), Duinwijck (1932) en parkflat Marlot (1934). Deze mogen worden gerekend tot de hoogtepunten van de woonhuisarchitectuur van het Haagse interbellum.
Wonen in weelde
De behoefte aan wooncomfort was groot en een aanzienlijk deel van de elite wilde in de periferie van de binnenstad wonen.
Het door internationale voorbeelden geïnspireerde woonhotel vormde namelijk het stedelijk alternatief voor het wonen in een villa.
Het betrof een soort, vaak op ideologische grondslag gebouwde serviceflat, waarin bewoners gebruik konden maken van tal van individuele en collectieve voorzieningen.
Te denken valt aan een restaurant, een bibliotheek, een wijn- en bierkelder, een biljartkamer, boodschappen- en spijsliftjes, vuilstortkokers en aparte logeervertrekken. Tevens werden de nieuwste bouwtechnische inzichten toegepast en werden de appartementen voorzien van allerlei nieuwe gemakken. De huren waren fors, maar daar kreeg de bewoner wel wat voor terug.
Zij laat zien hoe Den Haag zich eind jaren dertig voorbereidt op de gevaren die de stad vanuit de lucht kunnen treffen. Er worden schuilkelders gebouwd, geoefend met gasmaskers en verduistering van ramen, er komt luchtafweergeschut, extra brandpreventie en er wordt een luchtbeschermingsdienst opgericht.
In de oorlog wordt Den Haag opgeschrikt door verschillende bombardementen, enerzijds de luchtaanvallen van de Nazi’s en het afschieten inclusief het vroegtijdig neerstorten van de V-2 raketten en anderzijds de geallieerde noodworpen of slecht uitgevoerde bombardementen.
De schade, angst en leed onder de bevolking is aanzienlijk. Aan het eind van de oorlog brengen de vliegtuigen toch nog iets moois: voedselpakketten.
Van deze lezing is door Bob Coret van de Werkgroep Den Haag in de Tweede Wereldoorlog deze videoregistratie gemaakt.
Deze aflevering is ook uitgezonden bij Omroep West, op 22 januari 2025.
Het waren spannende uren, al snel verzamelde de pers zich in de omgeving. Terwijl de NOS, verderop in de straat, eigenlijk niet goed kon filmen, lag Hans op een zeer strategische plek verscholen en kon hij dit stukje spannende geschiedenis vastleggen.
De serie Ik was erbij maakt gebruik historisch film- en beeldmateriaal, verzorgd door het Haags Gemeentearchief. In samenwerking met documentairemakers Annelies Dijkman en Geert Alberda presenteren we de komende maanden een serie van 10 korte films, waarin opvallend historisch Haags filmmateriaal tot leven wordt gebracht. Ooggetuigen vertellen hun persoonlijke verhaal, waarmee ze de historische filmbeelden kleur geven.
Mijn Studiezaal (inloggen)
Creative Commons (CC BY 4.0)
Auteursrechtelijk beschermd